Mijn moeder is geboren in Nederlands-Indië, ik schreef er een aantal jaren geleden al eens over, en ik ben opgegroeid met Indonesisch eten. Ook nu eet ik het minstens 1 x per week, al moet ik daarbij eerlijk bekennen dat ik het tegenwoordig meestal haal bij één van de twee goede toko's bij ons om de hoek.
In mijn boekenkast staan twee veel gebruikte, zeer beduimelde en bijna uit elkaar vallende kookboekjes: Rijsttafelen van Lia Warani en Oma Keasberry's Indische keukengeheimen. Het boekje van Lia Warani kreeg ik in 1977 van een vriendin toen ik op mezelf ging wonen, het andere boekje heb ik sinds 1980 in gebruik. Mijn zus schreef als commentaar onder het artikel over op mezelf wonen: ik heb nog wel herinneringen aan je keukentje!!! Een enorme uitgebreide rijsttafel voor een hoop familieleden. Ik heb me altijd afgevraagd wáár je in dat keukentje al die ingrediënten, potten en pannen bewaarde!!
Ik had nog een andere klassieker over de Indonesische keuken, het Groot Indonesisch kookboek van Beb Vuyk, maar dat ben ik jaren geleden helaas kwijtgeraakt bij een verhuizing. Zo af en toe heb ik er in kookboekwinkels nog naar gezocht, maar niet gevonden. Een paar weken geleden was ik bij kookboekwinkel Het Nieuwe Aaltje in Deventer om mijn eigen boek daar te signeren en een demonstratie brood bakken te geven. Bij Het Nieuwe Aaltje hebben ze naast heel veel nieuwe kookboeken ook een kast met oude (2e hands) boeken staan. Meteen schoot mij het boek van Beb Vuyk te binnen. Zou het erbij staan? Het stond echter niet bij de oude boeken, maar wel bij de nieuw verschenen boeken! Onlangs is de 44e (!) druk verschenen. De koop was snel gesloten en ik ben er wederom heel blij mee.
Alle recepten in dit boek zijn kort en bondig beschreven en makkelijk om te maken, ook voor degenen die nog niet bekend zijn met de Indonesische keuken.
Het Groot Indonesisch kookboek van Beb Vuyk is een absolute klassieker. Hele generaties Nederlanders hebben dankzij dit standaardwerk de Indonesische keuken leren kennen. Het telt honderden recepten, biedt een uitgebreid overzicht van de ingrediënten en is geschikt voor elke kok, van beginnend tot doorgewinterd. Een onmisbare gids voor iedereen die van de heerlijke, fascinerende Indonesische keuken houdt.
Babi ketjap is erg makkelijk te maken en het is bijzonder lekker als je het een dag of wat van tevoren maakt. Ik maak meestal een dubbele of driedubbele portie en vries het overgebleven deel in.
Babi ketjap
- 500 gram schouderkarbonade (met bot!), in stukken
- ½ theelepel peper
- 3 theelepels gemberpoeder
- zout
- 4 eetlepels zonnebloemolie
- 10 eetlepels uien, gesnipperd
- 4 teentjes knoflook, gesnipperd
- 2 eetlepels bakgember, fijngehakt
- 1 eetlepel gembervocht
- 2 eetlepels azijn
- 4 eetlepels ketjap
Bestrooi het vlees met de peper, het gemberpoeder en zout en laat dit een uurtje intrekken. Braad het daarna in de olie tot het lichtbruin is, bak ook de uien en de knoflook even mee.
Voeg er twee eetlepels water aan toe en roer er de bakgember, het gembervocht, de azijn en de ketjap door en laat het gerecht doorsudderen tot het vlees zacht is. Vis er eventueel de stukjes vlees met bot voor het serveren uit.
![]() |
| Signeren en demo brood bakken bij Kookboekwinkel Het Nieuwe Aaltje in Deventer |




